Ga naar de hoofdinhoud
Doktersassistent

Mila

‘In dit werk kom je met humor en flexibiliteit heel ver.’

Mila Baboeram kreeg in 1993 haar diploma voor de opleiding tot doktersassistent en 3 dagen later werkte ze bij wat nu het CJG is. En dat doet ze nog steeds! 

‘Als je in Spangen, Hoogvliet, of Pernis naar de basisschool bent geweest, is de kans heel groot dat ik in je oren heb gekeken. Ik hoor dan ook regelmatig: “Hé, jij bent de dokter!” Kleuters komen bij ons op de locatie voor de ogen- en orentest, maar ik ben ook heel regelmatig op de scholen. Op die manier zie ik kinderen en jongeren van bijna alle leeftijden, van 4 tot 18 jaar. Niet alleen de verschillende leeftijden, maar ook de verschillende karakters maken het werk heel afwisselend. Elk kind is anders en je moet steeds opnieuw aanvoelen: hoe kan ik dit kind het best bereiken? Zeker als ze een beetje bang zijn, bijvoorbeeld voor de vaccinatie. Laatst ving ik een gesprek op waarin een jongetje zijn vriendjes verzekerde: “De prik doet écht geen pijn, en die mevrouw doet een heel leuk spelletje met je.” Hij wilde eigenlijk nóg wel een keer, zo leuk vond hij het. Ja, dan is mijn dag helemaal goed!’

Foto onze verhalen Mila 1

‘Op het voortgezet onderwijs nemen we in de 2e en 4e klas vragenlijsten af bij leerlingen. Eigenlijk mopperen ze daar allemaal over, want we vragen heel persoonlijke dingen. Seks, drugs, alcohol, alles komt voorbij. Dan is het de uitdaging om te zorgen dat jongeren zich veilig genoeg voelen om eerlijk te antwoorden. Dat je uitstraalt: ik ben hier niet om te oordelen, maar om je te helpen. En als je dan inderdaad de kans krijgt om iets voor iemand te betekenen, is dat zo mooi. Want sommige jongeren hebben het gewoon zwaar. Dat gaat me soms ook best aan het hart. Het mooiste cadeau dat ik ooit kreeg, was om een oud-leerling op straat tegen te komen. Een meisje met wie ik een poos daarvoor erg begaan was geweest, schoot me aan: “Het gaat nu heel goed met mij, u hoeft zich geen zorgen meer te maken.”

‘Als je je werk al zo lang doet als ik, komt er onvermijdelijk een moment waarop je twijfelt. Is dit het nog? Ook ik had zo’n moment, niet al te lang geleden. Toen kreeg ik echt de ruimte om mezelf opnieuw uit te vinden, te ontdekken waar ik weer nieuwe energie van kon krijgen. Ik kijk nu bijvoorbeeld regelmatig mee met de jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen, maar ook met collega-doktersassistenten: hoe pak jij het aan? Zo heb ik echt leuke nieuwe dingen geleerd, bijvoorbeeld over omgaan met lastige pubers. Die krijgen tegenwoordig – ik lieg niet – een kleurplaat als ze de vragenlijst hebben ingevuld. In dit werk kom je met humor en flexibiliteit zó ver! En dat kan in deze organisatie heel goed. Natuurlijk zijn er protocollen, maar je hebt wel vrijheid om je eigen draai te geven aan wat je doet.’